15-05-11

ANTWERPSE DICHTERS

 





Wilfried Adams, Maris Bayar, Jan Berghmans, Bobb Bern, Toon Brouwers, Liane Bruylants, Imelda Buckinx, Marc Bungeneers, Johan Clymans, Herman J. Claeys, Guy Commerman, Patrick Conrad, Sven Cooremans, Ferre Denis, Aleidis Dierick, Jan Gloudemans, Mark Insingel, Henri-Floris Jespers, Yves Joris, Wilbert Lambrechts, Xtine Mässer, Elisabeth Moyson, Sonja Nys, Maja Panajotova, Bert Popelier, Nana Ramael, Tony Rombouts, Annmarie Sauer, Werner Spillemaeckers, Marc Tritsmans , Erik van Malder, Ugo Verbeke, Rein-Hilde Verbruggen, François Vermeulen, Emiel Willekens, Rudy Witse, Jan Wyn, Chris Yperman...

© de auteurs, alle teksten zijn auteursrechterlijk beschermd


Annmarie Sauer  ° Dayton, Ohio 1947

"Poëzie is verwonding, verwondering, verworden, verwoorden..."
 
Tolk en vertaalster. Publiceerde in diverse tijdschriften (o.a. Symforosa, Schoon Schip, Gierik&NVT). 'Jardin public' (1990),  stelde de bloemlezing `Eigen wegen, hedendaagse vrouwelijke poëzie in Vlaanderen' (1992) samen, 'Black Sun Town' (2002), 'Wevers tussen twee werelden' (2004), 'Met Rode Inkt' (2006, bloemlezing uit (vertaalde) poëzie van Noord-Amerikaanse indianen, bf Ampersand & Tilde), 'Werkwoorden'. Gedichten opgenomen in 'Black Sun', 'Saturnus boven de Schelde', 'Mens en Landschap'. 
`Tussen woestijn en polder, geboren tussen twee talen en twee zielen schrijf ik', stelt ze. `Vertalend om te overbruggen, werkend om vrijheid te verdienen, ben ik een nomade met twee ankers.'
 
De oude vrouw
in haar te nauwe schoenen
dijt uit over haar eigen plek
Water in de benen
van jaren was en plas
en een bekken
bol en broos
van leven geven
 
Als ze opstaat
zet ze meteen de stoel op tafel
 
Maar nooit
nooit
liep ze
op blote voeten
door het gras
 
 
 
Jan Wyn °1960

"De poëzie verwelkomt mij altijd erg teder, vriendelijk en bescheiden. Het komt zo binnenwaaien. Poëzie is onuitputtelijk en toch erg kostbaar. Met haar kan je je diepste wonde tonen, uiten. Poëzie tergt niet en heeft het goed met je voor. Op die manier is de poëzie mijn enige maîtresse. Zonder haar zou mijn leven een vergissing zijn."

Deeltijds huisman, voltijds dichter en dilettant-muzikant. Licentiaat communicatiewetenschappen.
Publicaties bij Contact J, De Groote Beer en in eigen beheer, schreef poëzie in opdracht en naar aanleiding van werk van beeldende kunstenaars. Wil een selectie van zijn werk in het Engels vertaald zien.
 
SLAG IN HET WATER
 
Het zeeschip vaart uit de sluis
als een reusachtige schoen met lichtjes.
 
De massa verliest echter koers
en stevent recht op hem af -
 
de zelfmoordenaar,
man der mislukte pogingen,
bang, laf en veel praat.
 
    Woest alarm!
 
Hij springt tegen de ladder in de kaaimuur
en ontkomt de dans
als de aarde dreunt en het staal versplintert.
 
De sleepboot vergaat met man en muis,
het zeeschip ligt er roerloos bij;
hij buigt het hoofd
en huilt
om zijn ellende.
 

 
   
Guy Commerman  °1938

"Poëzie is niet zoeken en alles vinden, niks vinden en altijd maar zoeken, altijd onderweg zijn, nooit aankomen, het vertrek uitstellen, de zijwegen verkiezen boven de hoofdweg, altijd verdwalen, metgezellen zoeken en immer jezelf tegen het lijf lopen ... ach ja, en nu moet je dat nog verwoorden ook! Zonder dat het er vingerdik op ligt dat het poëzie is."
 
Beeldend kunstenaar. Medeoprichter en redactiesecretaris van Gierik&NVT. Vertaalde poëzie van o.a. Liliane Wouters, Eric Brogniet, Henri Falaise. Hij ontving talrijke onderscheidingen.Publiceerde in verscheidene tijdschriften. 
Negen dichtbundels waaronder 
1980,`Iedereen  is ergens Gulliver' 
1986,`Kreet in krijt', (met eigen illustraties), 
1993, `Wenkende uithoeken'
1999, `Hoor, de nar sist weer'  
2000, 'Het lied van de lens' ( met Jan Landau - foto's) 

 
 
WAT OVERBLEEF
 
Lichtbeeld van ergernis, ik wil graag herkennen
de vroegere, zachte gelaatstrek van een jeugd
die in je oogappel gloeide. De hang naar vreugd,
rugzwemmen in waters, witte veulens mennen.
 
Maar ik zie gebroken dofheid, verloren glans,
gestorven zijn en worden. Ik zie geen maartveld
vol narcissen, ik hoor geen koekoeksroep, geen krans
van dauw op lippen, geen geil gebaar dat versmelt.
 
Je verlaat mijn verwachten en óns ontsporen,
je doet maar wat en weet niet hoe ik een gebaar
van je hand in mijn hart verwerk, hoe ik horen
 
en zien verzamel, hoe ik strelen graag vergaar
voor nu en later, een tederheid geboren
uit wat vroeger was, zo hemels, zo kant en klaar.
 
 
 
Tony Rombouts °1941
 
 
 
"Poëzie is het geluid van een speld die in een hooiberg glijdt. Zij die dit niet horen zijn doven."
 
Lid van de raad van bestuur van de Vereniging van Vlaamse Letterkundigen. Medestichter van de Federatie van Europese Schrijversverenigingen. Oprichter van de poëzieuitgeverij Contramine. Vertalingen van zijn gedichten in o.a. Bulgaars, Duits, Frans.
 
1966, Het koudvuur der aarde: gedichten (ill Eddy Ausloos), TNT
1972, De feodale verzen
1975, Les demoiselles de la mer: 12 kitschgedichten (ill Eddy Ausloos), Contramine
1977, Dromende doler: gedichten 1974-1977, Soethoudt
1978, Chambres pour voyageurs (Willy Vincken), Contramine
1980, Carezza veneziana, Contramine
1983, Blanc de blancs (Ganzevoort, Wybrand ill), Contramine
1985, Een raderwerk van woorden, Contramine
1985, De vlekken op mijn vleugels, Contramine
1986, Naakt met Borsalino, Contramine
1988, Gedichten voor Päivi, Berghmans
1992, Antwerpen met taal getekend, Berghmans
1993, Het gruwelpaleis, Berghmans
1997, De Baard en de Kale, De Groote Beer
2000, De astrologische keuken van de poëzie onder het Zuiderkruis (Niki Faes, Marc Vogels)
2001, De witte wandelaar: gedichten 1960-2000, Berghmans
2003, Een hand vol druppels (ill. Niki Faes), Contramine
2005, Een Dandy (Berghmans)
 
 
 
DE ONTMOETING
 
Zoals zwanen op een breed meer
glijdend, hun halzen buigend
in gratie, hun vleugels flonkerend
in een wijde witte ruimte
 
ontmoetten zij elkaar, met vertrouwen
in hun lot, hoffelijkheid in hun gebaren
betovering in hun stralende ogen
in de gewijde schrijn van hun lach.
 
Geschiedschrijvers beweren dat er ergens staat
geschreven dat het in een ander land gebeurde
ongetwijfeld tijdens een andere tijd.
 
Maar intieme ingewijden weten wel
dat op dat ogenblik tijd en ruimte
enkel behoorden tot het ongehoorde.
 


Ymelda Buckinx  (1936-2002)

Dichteres en moeder, gefascineerd door toneel en poëzie. Publiceerde her en der in tijdschriften alsook drie dichtbundels in eigen beheer: `Een hand vol heimwee', `Alles is ijdel' en `Nooit meer bang'. Publiceerde in De Ganzeveer, Eigen-Zinnig en Schoon Schip Nederland. 'Verzamelde Gedichten' (2002, samengesteld door Elisabeth Moyson)
 
 
 


Elisabeth Moyson  °1960

Denker, dochter en dichteres. Studeerde o.a. filosofie (licentie in de Wijsbegeerte). Publiceerde in haar 20-er jaren een dichtbundel in eigen beheer `Woorden van Waanhoop' en werkte enkele jaren mee aan De Ganzeveer. Vanaf het begin betrokken bij de Eigen-Zinnig publicaties.
 
dit huis bevalt me niet
deze kamers voeden onrust
en ademen stank en stof
 
ik wacht nog steeds
op transformatie,
catharsis,
de metamorfose
van insect in adelaar
 
de vleugellamme kanarie
in de lege kooi
zingt moedig zijn stervenslied
 
hier zong ik ook
nu zing ik niet
in zwijgen wordt mijn stem vermoord
in deze kamer
schreeuwt het
ontroostbaar
 
 

Wilfried Adams  23/11/1947 13/01/2008

Geboren in Leuven, 23 november 1947. Overleden op 13 januari 2008. Hij studeerde rechten (kandidaat 1967) en neerlandistiek (licentiaat 1972) aan de universiteit in zijn geboortestad. Sinds 1973 woont hij in Antwerpen, waar hij werkzaam is als dichter, criticus en vertaler.
 
Hij publiceerde 'Mijn gegeven woord van Hugues C. Pernath. Een syntactische benadering' (K.U. Leuven, 1972), de bibliografie 'Reizende Bladen. Literaire tijdschriften van Noord en Zuid na 1945' (1974, met drs Ronald Breugelmans) en, sinds 1969, gedichten in verschillende Vlaamse tijdschriften en anthologieën, evenals artikels over diverse Vlaamse dichters.
 
Lid van de Vereniging van Vlaamse Letterkundigen (1972) en van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde te Leiden (1977). Hij was redacteur van, achtereenvolgens, 'Morgen' (1971-1972), 'Impuls' (1972-1977) en Diogenes (1984-1992) en poëziecriticus voor het weekblad 'De Nieuwe' (1984-1986).
 
Dichtbundels:
 
1964-1967, Uit de Brand, (ongepubliceerd)
1966-1967, Eleven Pomes for a Lady, (ongepubliceerd)
1970, Graafschap
1975, Geen Vogelkreet de Roos (waarin Dagwaarts een Woord, 1972)
1981, Aanspraak (waarin Ontginning, 1976)
1986, Uw Afwezigheid (waarin Lettre de Cachet, 1982)
1988, Dicta Dura
1997, Met Name (waarin Zayin, 1993)
  
Bekroningen:
 
1971, Prijs van de Vlaamse Poëziedagen
1976, Premie Poëzieprijs Knokke-Heist
1988, Poëzieprijs Provincie Antwerpen (Uw Afwezigheid)
 
Besprekingen (in tijdschriften)
 
GRAAFSCHAP (1970)
Dirk Depreeuw in Witte Bladen, 1/5-9-6, februari 1971
Hugo Brems in Dietsche Warande & Belfort, 116/7, september 1971
Albert de Longie in Nieuwe Stemmen, 28/1, oktober 1971
Albert de Longie in Vandaag, 7/3, november 1971
 
Over het gedicht MONDRIAAN
Jan Uyttendaele in Germania, 18/2, 1971. In Restant, 1/6, november-december 1971. In 'Linguïstiek en poëzieanalyse. Een verkenning'. (licentiaatsverhandeling, K.U. Leuven, 1972), pp. 92-101.
 
DAGWAARTS EEN WOORD (1972)
Albert de Longie in Nieuwe Stemmen 29/2, november-december 1972
Romain John van de Maele in Kruispunt-Sumier, nr 48, december 1973
 
GEEN VOGELKREET DE ROOS (1975)
Albert de Longie in Nieuwe Stemmen, 32/6, augustus-september 1976
Wim Hazeu. ISMA-Lectuurinformatie, 1976-1226
M.H. Geradts-Pinckaers. NBD-fiche 76-21.1230
Henri-Floris Jespers in Nieuw Vlaams Tijdschrift, 29/8, oktober 1976. In 'Het Bed van Procustes; schetsen en verkenningen'. Antwerpen, Soethoudt, 1978, pp. 109-111
Annie Vyt in Dietsche Warande & Belfort, 122/3, maart-april 1977
 
ONTGINNING (1976)
(bibliofiele uitgave met drie etsen van Dirk Adams)
Michel Bartosik: Inleiding. In VECU-Express, 1/2, januari 1977
 
ALGEMENE SITUERING
Hugo Brems 'De zuidnederlandse poëzie sinds 1970'. In Streven, 44/7, april 1977
Hugo Brems 'Taalgerichte tendensen na 1970'. In Culturele geschiedenis van Vlaanderen, deel 9: Literatuur, De twintigste eeuw. Deurne, uitgeverij Baart, 1983, pp. 112-115
 
Over het gedicht LINKEROEVER (Antwerpen-linkeroever)
Ludo Andries. In de UIA-paper 'De genese van een gedicht'. Antwerpen, 1978, pp. 12-34 en 53-58
 
AANSPRAAK of DE SCHOOL DER ONVERHOEDE GRENZEN (1981)
Lucienne Stassaert. Inleiding in de VECU, Antwerpen, voorjaar 1981, (ongepubliceerd)
Tony Rombouts. In Poëziekrant, 5/4, juli-augustus 1981
Hugo Brems. In Dietsche Warande & Belfort, 127/3, maart-april 1982
Joris Gerits: 'Dichters op de drempel van '80'. In Streven, 49/7, april 1982
J.B. (=?). In Kreatief, 16/2-3, juli-augustus 1982
 
Over de gedichten TRAPPENHUIS en PSALM 151
Joris Gerits. In Vonk, 16/5, december 1986, pp. 267-274
 
Over de cyclus DODENWAKE
Joris Gerits.
 
LETTRE DE CACHET (1982)
(bibliofiele uitgave met vijf kleurzeefdrukken van Guy Vandenbranden)
Ludo Simons. Inleiding in de VECU, Antwerpen, op 3 september 1982 (ongepubliceerd)
 
UW AFWEZIGHEID (1986)
Paul Smolderen. Inleiding in boekhandel De Groene Waterman, Antwerpen, mei 1986, (ongepubliceerd).
J. van Delden. Prisma-Lectuurvoorlichting, fiche 86-1410
Albert Hagenaars. NBD-fiche 86-19.001.6 (V)
Jean-Paul den Haerynck: 'Wilfried Adams' afwezigheid en droom". Uitgebreid artikel bedoeld voor Poëziekrant, 1986, maar nooit verschenen.
Hans Vandevoorde. In Yang, 22/131, december 19686, pp. 50-59
Marcel Obiak. In Vlaanderen, nr 316, mei-juni 1987
Henri-Floris Jespers. In Diogenes, 5/3, oktober 1988, pp. 281-283
 
DICTA DURA (1988)
Paul Smolderen. Inleiding in het Hessenhuis, Antwerpen, op 13 december 1988, (ongepubliceerd)
Albert Hagenaars. NBD-fiche 88-45.004.X (V)
J. van Delden. Prisma-Lectuurvoorlichting, fiche 89-121
Rudolf van de Perre. In Boekengids 89/4, pp. 204-205
 
ALGEMEEN
Luc Pay (uitgebreid interview met Adams): 'Kuisheid is je leren beheersen in je gedichten'. In Poëziekrant, 13/4, juli-augustus 1989
 
ZAYIN (1993)
(bibliofiele uitgave met 13 illustraties door Luc Tuymans)
 
MET NAME (1997)
Joris Gerits. Inleiding in boekhandel De Groene Waterman, Antwerpen, op 22 november 1997, (ongepubliceerd).
Paul Demets. In Knack, .....
Karel Sergen (interview met Adams). In Poëziekrant, ....

 
SCHAAK
 
De winter grendelt deur op deur,
elk water grijnst, in zichzelf bevroren.
Jij verschuift pion en paard en toren,
gijzelt mij op één kleur.
 
Nu vrieslicht boven het schaakbord zwijgt
kruis jij de velden met je loper.
Trilt soms je lip, vloeien je dijen open?
- jij klemt mij vast binnen de tijd.
 
Grauw ligt ijs tussen kaden geprangd,
ik kan het kraken van de stilte horen.
Jij schuift je koningin naar voren
en sluit als terloops de tang.
 
Ooit was er de zon, bron van licht:
de winter slaat grendel op grendel dicht.
 


Aleidis Dierick   ° 1932

BIO-BIBLIOGRAFIE
27 juli 1932, geboorte van Aleidis Verbruggen in Borgerhout bij Antwerpen. Vader, Renaat Verbruggen, en moeder Ida de Bois, zijn regenten germaanse talen
1933, verhuizing naar St. Mariaburg (Brasschaat) bij Antwerpen. Vader bouwt eerste woning.
1941, eerste verblijf in Duitsland, in Cawl bij Stutgard
1942, verhuizing naar Mechelen
1943, verblijf van zes maanden in Unterjoch, Tirol, Duitsland. Sportschool.
1944, tijdens de zomermaanden (mei tot juli) verblijf in Wiekevorst, vanaf augustus opnieuw in Duitsland: 10 maanden
1945, verhuizing naar Antwerpen. Moeder mishandeld.
1946, verhuizing naar Kijkuit (Kalmthout). Aleidis Verbruggen volgt de lagere cyclus aan het Sint-Maria-Instituut in Antwerpen. Vader ter dood veroordeeld.
1948, als gevolg van de repressie trekt het gezin Verbruggen naar Dublin (Ierland), en vestigt zich in Kilcoole, Co Wicklow
1948-1953, Aleidis Verbruggen werkt in een bloemen- en tomatenkwekerij (veldarbeid) ten zuiden van Dublin, Kilcoole. Vader bouwt tweede woning
1953, huwelijk met Raoul Dierick. Aleidis verliest naar Angelsaksische gewoonte haar meisjesnaam
1953-1959, het gezin woont zes jaar in Red-Cross, Co Wicklow, op Cronacip-Estate Farming
1959, de familie Dierick keert terug naar België en vestigt zich te Aalst. Na haar dertigste begint Aleidis te studeren.
1975, prijs van de gemeente Deurle voor het gedicht 'Vrouwzijn', verschenen in Dietsche Warande & Belfort.
1977, publicatie 'Een zomer voorzien' (Nijmegen/Brugge, Gottmer/Orion, De Bladen voor de Poëzie)
1978, publicatie 'Gedichten voor een man' (Brugge, Orion)
1981, publicatie 'Blauwdruk voor een vriendschap' (Nijmegen/Brugge, Gottmer/Orion, De Bladen voor de Poëzie). Eerste Albert de Longieprijs van het tijdschrift Vlaanderen voor het gedicht 'Umbrië
1982, publicatie 'Tortels in het trappenhuis' (Brugge, Orbis en Orion). Bekroond met de prijs van De Bladen voor de Poëzie en in 1983 met de Premie voor poëzie van de provincie Antwerpen
1983, publicatie 'Gemini, het jongetje in juni (Antwerpen, Stichting Mercator Plantijn)
1984, publicatie 'Een engel komt blootsvoets (Antwerpen, Stichting Mercator Plantijn)
1988, vestigt zich met haar man in Larochemillay, Nièvre in Frankrijk, Bourgondië
1989, publicatie 'Het land van de vijand' (Gent, Poëziecentrum)
1991, publicatie, 'Veertien tinten blauw' (Tielt, Lannoo)
1995 tot 2002, jaarlijkse bijdrage aan Meulenhoff's Dagkalender (Hans Warren)
1996, bespreking van poëzie van Anton van Wilderode 'Het oudste Geluk', verschenen in het Nederlandse literaire tijdschrift Schoon Schip en in Vlaanderen.
Essay over het werk van dichteres Jo Gisekin voor Schrijfsters over Schrijfsters 'Als in een wilde tuin'. Meulenhoff-Manteau.
1997-2000: Opname van gedichten in de keuze Gedichten van het Davidsfonds (W. Spillebeen en H. van Herreweghen). Opname van gedichten in diverse bloemlezingen, o.m. in Volmaakte aanwezigheid/Volmaakt gemis (samenstelling L. Stassaert/H. Rouweler). Publicatie van de cyclus 'Dieren' in de Poëziekrant, publicaties in De Houten Gong.
2000, verhuis naar Aalst
2001, essay 'Religie en poëzie' in tijdschrift voor Lectuurbevordering en Bibliotheken, Frarynlaan 75, Antwerpen.
Uitvoering van liederen (teksten) in de Sint-Martinuskerk Aalst.
Publicatie 'Het vrijgeleide' (De Distel, Brussel)
2005, De schuldeloze man (eerste nummer De Oostakkerse Cahiers, uitgeverij bf Ampersand & Tilde)
2005, Al die zalige zomers (uitgeverij P, Parnassusreeks)
 
Aleidis Dierick publiceerde ook gedichten en kritische bijdragen in DW&B, Deus ex Machina, Poëziekrant, Vlaanderen, Yang, en andere.
 
 
BEKNOPTE SECUNDAIRE BIBLIOGRAFIE
Julien Vangansbeke, 'Dichterbijdichter', Yang, 1977, nr. 78, p 144-145
Hugo Brems, 'Poëzie van april tot augustus', DW&B, 1978/3, p 232-233
Marc Reynebeau, 'Het stille verdriet van fatsoenlijke burgers', Poëziekrant, 1978/2, p 4
Willy Spillebeen, 'Een zomer voorzien. Aleidis Dierick, een ontdekking', Ons Erfdeel, 1978/3, p 426-427
Hein de Belder, 'Haar eigen kamer', De Standaard, 20-11-1978
Jozef Deleu, 'Gedichten voor een man', De Bond, 12-1-1979
Paul Vanderschaeghe, 'Als een eresaluut', Brugsch Handelsblad, 2-2-1979
André Demedts, 'Poëzie van Aleidis Dierick', Ons Erfdeel, 1979/5, p 740-741
Aleidis Dierick, 'Brussel. Museum voor Schone Kunsten', Vlaanderen, 1981, nr 185, p 312-313
Rudolf van de Perre, 'In het spoor van de vos', DW&B, 1982/1, p 47-51
Jet Falter, 'Blauwdruk voor een vriendschap', Yang, 1982, nr 104, p 53-54
G(aby) L(eijnse), 'Blauwdruk voor een vriendschap', Deus ex Machina, 1982, nr 21, p 7-9
José De Poortere, 'Gesprek met Aleidis Dierick', Poëziekrant, 1982/4, p 1-3
Willy Spillebeen, 'Aleidis Dierick heeft te veel haast', Kreatief, 1982/2-3, p 135-137
Gaby Leijnse, 'Tortels in het trappenhuis', Poëziekrant, 1983/6, p 3
José De Poortere, 'Poëzie is geen krant!', Poëziekrant, 1984/2, p 5
Rudolf van de Perre, 'Een hooglied van liefde', Handen, 1984/2, p 13-16
Jan Veulemans, 'Vrouw en gedicht', Gazet van Antwerpen, 1-8-1985
Rudolf van de Perre, 'De poëzie van Aleidis Dierick', Pi, 1985/2, p 34-48
José De Poortere, 'Als ik u niet bemin leef ik in zonde', Poëziekrant, 1985/6, p 10
Gaby Leijnse, '"De vrouw die Jahweh weerstaat". Over Een engel komt blootsvoets van Aleidis Dierick', Handen, 1987/3, p 55-60
José De Poortere, 'Aleidis Dierick, Het land van de vijand', Poëziekrant, 1990/2, p 18-19
Rudolf van de Perre, 'Vlaamse Poëzie', Boekengids, 1990/3, p 261-262
Herman de Coninck, 'Het gedicht als zelfrijzend deeg', De Morgen, 17-1-1992
Rudolf van de Perre, 'Vlaamse Poëzie', Boekengids, 1992, jg 70/3, p 199-200
Jooris van Hulle, 'Aleidis Dierick, het pad van kind tot vrouw', Poëziekrant, 1992/3, p 19-20
Rudolf van de Perre, 'Aleidis Dierick. Een inleiding tot haar poëzie. Oostvlaamse Literaire Monografieën, 1992
Els van de Perre. 'Dierick, de dichteres van de hunker'. In 'Veel te veel geluk verwacht'. Meulenhoff, 1996, p 161-177

 
DE FOTO
 
Vervaagd welke winter?
Het huis in mijn geheugen
onvindbaar. Gesloopt al
of tussen reclamepanelen
waarop illusie van leven
ruïne in de bittere distels.
 
Veel zwart in het oog. Wimpers
nauwelijks een wering
tegen de vuist van de wereld.
Oorschelp als smeltijs broos.
De lus van de sjaal aanhalig.
Voorspelbaar de dood.
 
Op het rood van de mond
tussen glimlach en schreeuw
bloedsmaak.Van de eerste keer.
In een versregel. Soms. Hij komt.
Wordt naakt tot minnaar verzilverd.
Op de achtergrond sneeuw.
 
 
 

Herman J. Claeys  (23 mei 1935 - 29 december 2009)

Naast auteur van literaire werken was hij ook ook bedrijving als taalkundige op het gebied van de Nederlandse variatielinguïstiek aan de Universiteit Antwerpen en als zelfstandig taalconsulent
    
Romans: "Het Geluid" (Manteau 1968), "Steen" (Manteau 1969), "Bevrijding" (1995).
 
Verhalen en novellen: "De Hoornblazer" (e.b. 1968), "Het feest" (e.b.), "De Kruisweg, een stichtelijke vertelling" (e.b), "Overleven" (Pen Centrum 1976), "Belladonna, een midwinternachtmerrie" "Menswording" (Fantastische Vertellingen, A'dam 1988), (Free Press, Brussel 1994), "Karuna's lied" (e.b. 1993), "Huize Veronika" (e.b. 1998), "Lekker Nieuwjaar" (e.b. 2001) e.a.
 
Literatuurbeschouwing: "Wat is Links?" (30 interviews met schrijvers,  Sonneville1966)
 
Woord/beeld assemblages, monumentale en murale poëzie:
o.m. "Bron" (Sint-Baafsabdij Gent), "Metropolis" (Metro Antwerpen, 1989)), "Black Box" (Zuiderpershuis Antwerpen, 1991), "Het tij keren" (Waterkeringsmuur Antwerpen 1992), "Zeefgedichten" (assemblage 1988), "Asnetha" (plaquette gevel bibliotheek Assenede, 2001).
 
 Poëzie:  "Als zoveel schelpdieren" (Die Poorte 1960), "Gewapendertaal" (e.b. 1968), - "Stadsgezicht" (Free Press 1970), "Sire, sprak de nar" (Pipeline Poetry 1992), "Het tij keren" (Pipeline Poetry1993),  "Straatgedichten" (e.b. 1995), "Bewogen & bevlogen" (Pipeline Poetry 1996), "Spiegelingen" (e.b. 1997),  "Hommages" (e.b. 1998), "Biotropen" (e.b. 2000). Voorts ook songteksten (voor zanger Johan Verminnen, cabaretgroep De Vieze Gasten, voor Bluesmuzikant Jos Steen e.a.) en ballades.
 
BIJDRAGEN IN VERZAMELBUNDELS:
 
Modern Prose from Flanders, Flemish P.E.N.-Centre,  Brussels 1976. (in Engelse vertaling).
Hulde aan Paul van Ostaijen, bundel literaire teksten, speciale uitgave van de Mededelingen van Vereniging van Vlaamse Letterkundigen, december 1996.
Millenium,. literaire verzamelbundel, speciale uitgave van de Mededelingen van Vereniging van Vlaamse Letterkundigen, december 1999
Andere Tijden, literaire verzamelbundel, speciale uitgave van de Mededelingen van Vereniging van Vlaamse Letterkundigen, januari 2001.
Bomspotting, schrijvers en dichters voor vrede, verzamelwerk, Antwerpen 2000, Forum voor Vredesactie, Uitgeverij EPO vzw. - ISBN 90 6445 172 9.
Met niet minder dan zoveel woorden, literaire verzamelbundel, samenstelling Guy van Hoof, Antwerpen 1999, Uitgave Modus Vivendi. - D/1999/8729/1
Van alle stijlen thuis, literaire verzamelbundel, samenstelling Tony Rombouts, Antwerpen 1997, Uitgeverij Facet. - D/1997/4587/24.
Stroom!, literaire verzamelbundel, Brussel 1996, Uitgave Natuurreservaten vzw. - D/1996/3106/1
Antwerpen, Het Aards Paradijs, literaire verzamelbundel, Antwerpen 2000, Uitgave Vereniging van Vlaamse letterkundigen. - D/2000/7881/1.
Misdaad schrijven in Kleine Brogel, literaire verzamelbundel, Brussel 1999, Forum voor Vredesactie vzw.
Ya basta!, globalisering van onderop, andersglobalistische essays en gedichten. Academia Press Gent 2002
War on War, gedichten geen bommen, internationale bundel  protestpoëzie tegen de oorlog in Irak, Uitgave De Pieren Tijger, Breda 2003.
 
BIJDRAGEN IN LITERAIRE TIJDSCHRIFTEN: 
 
Wel, tijdschrift van de Universitaire Werkgroep Literatuur, Leuven.
Fantastische Vertellingen, driemaandelijks tijdschrift van de Stichting Fantastische Vertellingen, Amsterdam.
Brutaal, driemaandelijks tijdschrift voor literatuur en beeldende kunst, uitgave Brussel Literair.
Den Hopsack, driemaandelijks literair tijdschrift, Modus Vivendi vzw, Antwerpen.
Eigen-Zinnig, literair kwartaalblad, uitgave François Vermeulen, Antwerpen.
 
VERSPREIDE LITERAIRE BIJDRAGENna 1996 in (onder meer) volgende bladen:
 
Aktief, tweemaandelijks tijdschrift van het Masereelfonds, Brussel.
Magazine van het Forum voor Vredesactie, maandblad, Brussel.
Groendruk, tijdschrift van Agalev, Sint-Laureins.
Beweeg!, 2-maandelijks tijdschrift van de Beweging voor Sociale Vernieuwing, Antw..
Weirdo’s, literair kwartaalschrift, Artforum vzw, Leuven.
De Nar, libertair maandblad, Brussel.
Sporadisch gedichten ronds actuele thema's in weekbladen.
 
           
Thema's in de poëzie: oorlog & bewapening, racisme & onverdraagzaamheid, machtsmisbruik & uitbuiting, armoede & uitsluiting, verstedelijking & milieu.
Daarnaast ook gedichten over kunstwerken, over stads-, zee- en landschappen, over (de onmacht van) de dichter en over het dichten als dusdanig, en over universele onderwerpen zoals hunker, gemis en vergankelijkheid.
 
Herman J. Claeys was in eerste instantie een podium- en actiedichter, die zijn gedichten creëert voor een luisterpubliek, en ze pas na veelvuldige voordracht in boekvorm wil bundelen.
Copyright:voor niet-commerciële doeleinden kunnen zijn gedichten door iedereen vrij worden gebruikt in de vorm van voordracht, e-mail of afdruk in tijdschriften en andere drukwerken, mits de naam, van de auteur wordt vermeld.
 
 
BREINREIZIGER
 
Sneller dan licht reizen gedachten
in een metelijk firmament
dat wij meten met geestesogen
als wonderbaarlijk instrument.
 
Wij kunnen op ervaring bogen
als kosmonauten in een baan
in de ellips van ons verbazen
langs elke zon, langs elke maan.
 
Het uitspansel waardoor wij razen
met 't ruimtetuig van louter brein
dijt uit tot in de verste nachten
waar enkel nog gedachten zijn.
 


Erik van Malder  ° 1944

"Poëzie is een ziekte, want waar stilte faalt, kreunen woorden."
 
Dichtbundels:
 
1960, bundel 'Bovenkamers', bibliofiele uitgave op 7 exemplaren, eigen beheer;
1961, bundel 'Sproedels' idem;
1975, bundel 'Stoeipoezen, zaklectuur voor mannen', eigen beheer;
1983, bundel 'Vierentwintig stappen in een etmaal beschaving', uitgeverij Het Schaap.
1994, bundel 'pijn aan wolventand', uitgeverij paradox pers, Antwerpen
1996, gedichtensuite 'Zo de ogen niet de toren', bibliofiele uitgave in beperkte oplage (8 ex.)
2001, bundel 'Daar vertrok een mens', "uitvaartlyriek" - oplage 750 ex.!, uitgegeven door de Oudervereniging voor de Moraal n.a.v. de 40ste verjaardag
2003, bundel 'Onuitgegeven gedichten', 14 gedichten gepresenteerd uit diverse onuitgegeven dichtbundels en één buiten reeks.
  
Prijzen:
 
1962, jongste laureaat van het eerste lustrum Poëzieprijs Heist-Duinbergen, met het gedicht 'Aan Inge'.
1980, het gedicht 'Een stadszicht: sortilège hollandais' wordt bekroond in de wedstrijd 'De stad in de poëzie' van de V.V.V.B. n.a.v. de boekenbeurs.
1981, het verhaal 'Zomerfeest in Porthcurno', ingezonden voor de John Flandersprijs '80 (dat jaar niet toegekend!) wordt toch uitgegeven in de reeks 'Vlaamse filmpjes', 13 maart '81.
 
Publicaties:
 
- in schoolbladen zoals 'Op Sinjoorke' (K.A.Antw.) en 'Tolle Lege' (Gymnasium Erasmianum, Rotterdam), 'LK61' (Jeugdgemeenschap voor kunstbeleven, Antwerpen, o.a. met jeugdvriend Eddy Van Vliet).
- in diverse tijdschriften, o.a. verhaal 'Belofte' in tijdschrift 'Bouw' van de A.B.N.-kernen en poëzie en proza in GIERIK.
- verhaal 'Erfenis' in verzamelbundel 'Tussen tijd en schaduw' (Vlaamse sf en fantastiek), uitg. W. Soethoudt.
- gedicht 'Och, laat me lachen om de dingen' in kunstmap met suite van 10 gedichten en 10 grafische prenten 'Leven en dood' van Kunstkring 't Getij, Antwerpen.
- gedichten in o.a. De Nieuwe Gazet, Mens en Taak, Het Vrije Woord, Schuim, Deus ex Machina, Ahasverus
- gedichten in verzamelbundels van Panter Paperback vzw, verzamelbundel 'Eigen-liefde' van Stichting Boulevard vzw
1983, oprichting literair-artistiek tijdschrift GIERIK (Guy + Erik), samen met Guy Commerman; sedertdien talloze activiteiten zoals tentoonstellingen, tijdschriften- en uitgeversbeurzen, poëtisch-culinaire avonden, enz. - onder impuls van Dirk Claus werd in 1989 de naam veranderd in Gierik&Nieuw Vlaams Tijdschrift.
- 1976: debuutroman 'Maïté', uitgegeven door uitg. Walter Soethoudt, Antwerpen.
  
*muzikaal werk:
- tijdens studiejaren diverse optredens met blues en folksongs, onder pseudoniem Little Boy Walker, zang + eigen gitaarbegeleiding.
1963 e.v. jaren: Little Boy Walker treedt op als folk&blueszanger in de Antwerpse hippiekroegen, o.a. De Muze, Het Pannenhuis, De Mok, De Paddock, enz... en in jeugdclubs overal in het land.
!Little Boy Walker was de allereerste die in DE MUZE zong! Later ook samen met Ferre Grignard (archiefopname van Echo??).
- 1967 single door Fonior/Decca 'Alexander Bell' van M. Murray en P. Calander, Nederlandse vertaling door Erik en 'Hippie Hip', tekst & muziek erik van malder en Al van Dam. - T.V.-optredens in 'Binnen en Buiten' en 'Echo'.
- 70-er jaren optreden met kabaretgroep PITCHPIJN van Chris Bouchard.
- Occasionele optredens in Nederland, Duitsland en Frankrijk (voornamelijk tijdens vakanties, voor wisselend publiek).
- 19 mei 1982: realisatie jeugddroom: optreden voor 2000 man (socialistische gepensioneerden) in de Koningin Elisabethzaal te Antwerpen
- juni 1982: optreden voor 10.000 mensen tijdens betoging van socialistische gepensioneerden te Blankenberge.
- optredens in HET VRIJE WOORD - teevee - met eigen liedjes, Nederlandse, Engelse en Franse chansons.
- Eerste jingle van televisieprogramma HET VRIJE WOORD is intro van een van mijn liedjes.
- optredens voor de radio, o.a. BRT2/Antwerpen, 1 april '83, programma 'Showbizzquiz' + optredens met de mandolinegroep DE KRIKSKES.
 
 *Radio- en televisiewerk:
 - zie hierboven optredens met eigen liedjes in diverse uitzendingen.
- Van juni 1981 tot december 1983 free lance medewerker BRT als samensteller/presentator BRT2/programma 'Vrij-uit in humanistisch perspectief'.
- Occasioneel medewerking tv-programma HET VRIJE WOORD als commentator off-screen.
- Eenmaal medewerking aan het israëlitisch programma van het Joods Consistorie van België als presentator.
- diverse scenario's voor BRT-jeugdprogramma 'Samson' (waarvan 2 effectief ook gerealiseerd en uitgezonden)
  
*diversen:
 - 19 november 1988 show 'Rode Mode, onze Code' van S.V.V., n.a.v. 75-jarig bestaan van het Nationaal Verbond van Socialistische mutualiteiten. Scenario + regie door Erik van Malder -  2 opvoeringen in Handelsbeurs te Antwerpen.
 
 
 
 
DE MENS
 
De mens watert en tatert
in zijn luchtledig bestaan
als moedig onderdaan
van wereld die verwatert.
 
De mens cijfert en vertelt
hoeveel hij heeft gemist
alsof hij al eeuwen wist
hoe snel hij is uitgeteld.
 
De mens is nooit volleerd
en blundert keer op keer
als vraagt hij altijd weer
om te worden gedupeerd.
 
 
 

Jan Gloudemans  °1926
 
 
 
De in 1926 geboren Jan Gloudemans was in de vijftiger-zestiger jaren nauw betrokken bij het kunstgebeuren van de Antwerpse avant-garde door zijn functie als secretaris van de roemruchte groep G58 Hessenhuis.
Hij leverde tal van bijdragen over plastische kunst en publiceerde poëzie in Vandaag 6, het Nieuw Vlaams Tijdschrift, Yang en Gierik&NVT en Archipel. Maker van een radioprogramma op BRT 2 en medewerker aan TV-uitzendingen over kunst.
In bundelvorm verscheen in 1988 'Kleine rode vingerwijzing in steen'. In 1992 verscheen bij Paradox-Pers 'Een reiziger / Verliefd', verlucht met tekeningen van Bert De Leeuw en een handschrift van een muziekcompositie, getoonzet door Renier Van der Velden, op een tekst van een gedicht van Jan Gloudemans. Het bevat werk van 1956 tot 1991.
Een nieuwe bundel volgt in 1999 'Zelfportret in tegenlicht'.
 
Zijn poëzie heeft een verstilde, ietwat weemoedige toon van de man, die weet dat de tijd onherroepelijk verder schrijdt, maar zijn lot waardig en manhaftig ondergaat.
De verheerlijking van de vrouw krijgt een zeer aparte toon, door zijn voortdurende verrukte verwondering van 'de vreemdeling, verdwaald in haar lichamelijk landschap vol schaduw'.
Belangrijk voor het oeuvre van Jan Gloudemans is tevens de poëtische neerslag van zijn reizen o.m. in Israël, de USA en Japan.
Hij is geen veelschrijver, maar een bedachtzaam dichter, die de taal op een verrassende virtuoze manier, steeds helder en plastisch verstaanbaar hanteert. "Het is de poëtische neerslag van een levensinzichtelijke rijpheid" (Emiel Willekens).
 
Jan Gloudemans is lid van de redactie van Gierik&NVT en lid van de Vereniging van Vlaamse Letterkundigen.
Hij gaf ook voordrachten van zijn werk in de Brakke Grond te Amsterdam, in Aalst, Gent, Blankenberge en Dilbeek (Westrand) en in het MUHKA te Antwerpen.
Woont en werkt afwisselend in Antwerpen en Blankenberge.
 
 
 
 
 
de avond valt en alle kleuren doven
ik luister naar het tanend licht
en naar het woordenloos verhaal
van wind en water en van late vogels
nog raar gehoord in deze streken
 
ik verzaakte aan de rechten van de jager
op het aangeschoten rillend wild
de wateren zullen niet meer splijten
mijn dwingende stem een stotterend gestamel
 
maar verwondering blijft ongebroken
en blijdschap om eenvoudige dingen doorvoeld
nu is het wachten op wat niet meer komen zal
gekoesterd de nagelaten tekens van vervulling
ik dacht laat dit nooit overgaan
maar de avond valt en alle kleuren doven
 
 

Maja Panajotova  °1951
 
Studeerde slavistiek in haar geboorteland Bulgarije en aan de Rijksuniversiteit te Gent. Zij is lerares Russisch en doceert Bulgaarse taal en literatuur. Geeft regelmatig voordrachten en lezingen, is jurylid bij poëziewedstrijden en ondervoorzitter van de Vereniging van Vlaamse Letterkundigen. Publiceerde enkele dichtbundels, waaronder 'Verzwegen alibi' en 'Sofia blijft een mysterie'.
 
 
AAN DE VOET
 
Daar, aan de voet,
waar man en vrouw
elkaar ontmoeten,
waar stammen, volkeren en werelden
elkaar vinden,
op een vochtige, warme donkere plaats,
waar goden en demonen wonen,
 
daar bevindt zich de zin
van alle ambities,
van rijkdommen, ervaring, kennis, ideeën.
Het gelezene, het gehoorde, het geziene
stroomt daar in de zintuigen over,
verjongt en geneest en doodt.
 
Daar, aan de voet,
waar man en vrouw elkaar ontmoeten,
begint en eindigt alles.
 
 

Mark Insingel  ° 1935
 
 
 
Publiceert essays (Woorden zijn oorden), romans (Eenzaam lichaam, 1996) en gedichten (Gezichten, 2000 / Niets. 21 liefdesgedichten, 2005). Interesseert zich sterk voor communicatieprocessen, taal en taalpolitiek. Laureaat Koninklijk Vlaams Muziekconservatorium Antwerpen, docent aan de SchrijversAcademie van Antwerpen. Verwierf diverse prijzen in België en Nederland. Een aantal van zijn gedichten werden getoonzet.
 
 
Als ik niet bang was
  zou ik het durven.
Als ik het zou durven
  zou ik slagen.
Als ik zou slagen
  zou ik het kunnen.
Als ik het zou kunnen
  zou ik het willen.
Als ik het zou willen
  zou ik het kunnen.
Als ik het zou kunnen
  zou ik slagen.
Als ik zou slagen
  zou ik het durven.
Als ik het zou durven.
          dan was ik niet bang.
 
 

Marc Bungeneers  °1957
 
 
 
"Poëzie is een komma in de zin van het leven."
 
Gaf gedurende 15 jaar het politiek satirisch tijdschrift 'Het Egeltje' uit. Was medescenarioschrijver van de stopstrip 'De onderkruipers'. Is freelance journalist, stelde met Marcel Dickmans 'De Vlaamse Showencyclopedie' samen, publiceerde in diverse tijdschriften en behaalde een 35-tal literaire onderscheidingen waaronder de Poëzieprijs Keerbergen (1996) en de Poëzieprijs Waregem (2001). Literator bij Kulturele Kring Ambrozijn.
 
 
MOEDER
 
Zoals je aan iets denkt
en niet op papier zet
zo heb ik je gemis vannacht toegedekt
met ongeschreven woorden
zo ben je mij ontglipt
in een onbestaand gedicht
van nooit meer toebehoren.
 
 

     
 

François Vermeulen  °1952
 
François Vermeulen werd geboren op 21 juli 1952. Dit is de Nationale Feestdag en dat doet hem elk jaar plezier, dubbel feest dus.
Zijn studies in het Koninklijk Atheneum van Hoboken, richting economische, werden zonder kleerscheuren doorlopen. Waarschijnlijk zal hij niet herinnerd worden omwille van zijn leerprestaties, evenmin liep hij met andere gaven, positief noch negatief, in de kijker. Het diploma van gegradueerde in de boekhouding en de informatica werd in de ‘Van Aerdtstraat’ te Antwerpen gerealiseerd. Zelf roemt hij zijn doorzettingsvermogen omdat hij gedurende twee jaar elke dag met tram 12 veertig minuten onderweg was naar studies die het bloed niet sneller door zijn aderen liet vloeien.
Na het afstuderen kan hij 1 januari 1973 aan de slag bij het Antwerpse kabelcommunicatiebedrijf Integan waar hij sinds 1986 werkzaam is bij personeelszaken.
In 1987 richt hij het zesmaandelijkse tijdschrift De Ganzeveer op. In tien jaar verschijnen 20 gelijmde nummers. Naast een vaste kern van auteurs zoals o.a. Ugo Verbeke, Marc Bungeneers en Hans Kilian publiceren ook Harold Polis, Ina Vandewijer, en Miguel Declercq.
Eind 1996 start Vermeulen met het tijdschrift Eigen-Zinnig. Bij aanvang nog een miniformaat meeneembundeltje groeit het uit tot een volwaardig driemaandelijks tijdschrift met als speciale edities ‘Woordpoort naar 2000’ en ‘Diptiek’. Met dit tijdschrift stopt hij eveneens na 20 nummers. Het laatste nummer bestaat uitsluitend uit een omslagkaft met binnenin een dankwoord aan de ongeveer 100 personen die in die vijf jaar een bijdrage leverden.
Vanaf maart 2001 start Vermeulen met het e-zine STROOM, dat ondertussen 600 abonnees heeft.
Omwille van de liefde voor het papier verspreidde hij in 2001-2003 een dichtgevouwen A3 onder de naam ‘De Verkenning’. De subtitel ‘Absurdistisch Non-Literair Taalschoeisel Met Uitzonderingen’ gaf hem de ruimte om zowel ernst als humor, ironie, frustraties en ergernis te ventileren. Zijn alter-ego Mentor zorgde voor een compacte osmose van dit alles waarbij het niet altijd duidelijk was waar de speldenprik zat, de ernst gemeend was en waar het pseudo-filosofische begon. De Verkenning werd exclusief als bijlage in Schoon Schip Nederland verspreid.  
Sinds januari 2000 is hij redactielid bij het literaire tijdschrift Schoon Schip Nederland.
Redactielid bij het literaire tijdschrift Digther (Westhoek) 2003-2006.
In 2000 richtte hij samen met Bert Bevers Ampersand & Tilde op, een bescheiden uitgeverij. In april 2005 werd het eerste nummer van de poëziereeks De Oostakkerse Cahiers uitgegeven. Eind 2009 werd in goede verstandhouding overeengekomen dat Bert Bevers alleen doorgaat met A&T.
De rode draad in zijn artistieke domein is het samenstellen van tijdschriften en dichtbundels waarbij Vermeulen het intikken van de teksten, kopiëren, snijden, kleven en pinnen als een aangenaam onderdeel van zijn projecten ervaart.
Midden jaren zeventig is hij voorzitter van de sportclub VRIKAH die in haar succesvolste periode de volgende sporten in competitief verband speelt; voetbal, volleybal, badminton en tafeltennis. Op dat ogenblik zijn er meer dan 60 spelende leden. Het clubblad wordt door hem gerealiseerd.
Begin jaren tachtig is Vermeulen medewerker bij de vrije radiozender Minerva. Een tweetal jaren is hij presentator (dj) maar wordt dan, samen met zijn schoonbroer Walter De Bie, de gangmakers van het Minerva-ledenblad. Op een occasie Gestetner wordt in de kelder tussen sigarettenrook en de nodige pintjes het ledenblad gestencild.
Midden jaren negentig is hij medewerker bij Den Hopsack, literair café, waar hij de coördinatie van het driemaandelijkse tijdschrift verzorgt.
Bij zijn werkgever wordt hij bij verschillende initiatieven de samensteller/coördinator van de bedrijfskrant. In 2002 stelt hij in opdracht van Integan de dichtbundel ‘een ongelijk verlangen’ samen met daarin 33 gedichten van evenveel Antwerpse dichters.
Naast het schrijven van proza en poëzie is er bij Vermeulen ook de gedrevenheid om zich plastisch uit te drukken. Hij doet dit met olieverfschilderijen, collages, foto’s, computercomposities. Zijn werken werden meermaals tentoongesteld.
Bijzonder in het oog springen de talrijke omslagontwerpen/illustraties die hij maakte voor De Ganzeveer, Kabel, Den Hopsack, Eigen-Zinnig en diverse dichtbundels.
De poëtica van Vermeulen: helaas, met beide voeten op de grond
Poëzie is een luxeartikel dat de wereld niet zal veranderen noch verbeteren. En de dichters die in de gevangenis belandden? De aanleiding was niet hun dichterschap maar hun politieke ideeën. Hadden zij die met een megafoon of pamflet verspreid, het resultaat was hetzelfde geweest.
Door middel van eliminatie hoop ik tot de essentie te komen. Wie ben ik niet en waarover schrijf ik niet. Het tropenwoud, het boterbloempje, de Bengaalse tijger of de miereneter, de natuur blijft me verbazen, ontroeren en is van een onbeschrijfelijkeschoonheid waar ik geen woorden voor vind. Jammer dat er niet meer dichters dezelfde mening op na houden.
Gedichten geïnspireerd op een schilderij, foto of beeldhouwwerk leveren misschien een 'mooi' vers op. Als je het kunstwerk niet kent krijg je het vervelend neveneffect dat je het gedicht niet op zijn waarheidsgehalte kan taxeren. De ervaring leert dat een zelfde gedicht bij meerdere kunstwerken complementair is.
Te mijden zijn getormenteerde dichters, daar kan je nog eens mee lachen, van een wredere soort zijn de gefrustreerde exemplaren, die al dan niet terecht miskend zijn en op een receptie aan je blijven kleven zoals een kauwgom aan je voetzool. Je kent ze ook wel, die met een glas in de hand na 10 seconden over zichzelf beginnen; 'eindelijk heb ik in mijn verlof, op mijn balkonnetje aan de Italiaanse Rivièra rustig aan mijn oeuvre kunnen werken'. Tijdens een vakantie vul ik mijn dagen met andere activiteiten. Je eigen werk omschrijven met het beladen woord 'oeuvre' getuigt van een ego met overgewicht. Werken doe ik van 9 tot 5 om geld te verdienen.
Er zijn geen hedendaagse stromingen of klikjes eensgezinden die zich als één stem laten horen. Ik onderscheid toegankelijke en hermetische poëzie, podiumdichters en non-performers. Hoedanook. Een gedicht mag niet enkel mooi of sfeervol zijn, er moet een verhaal verteld worden. 'de jeugd heeft de toekomst' van André Degen uit Krakatau 24 is zo'n geslaagd gedicht. Geen moeilijke woorden of beeldspraak, de verraderlijke eenvoud kan je met één lezing tevreden stellen. Maar dan ben je fout bezig. Daar zit op en tussen de regels een gebalde verhalenbundel in over lijdzaamheid, eenzaamheid, vergankelijkheid, communicatiestoornissen, het overbrugt generaties. Een recensent maak je daar niet blij mee, die zet liever zijn tanden in een hermetisch, uit gewapend beton omsloten gedicht. Door uit de bijeengeharkte woorden van de dichter een verhaal te verzinnen en dat te bezingen in fraaie en dure woorden verantwoordt hij zijn bestaan. 
Ik probeer in mijn gedichten een verhaal te brengen. Als product van de babyboomgeneratie maakte mei '68, Woodstock, give peace a chance, make love not war een blijvende indruk. De generatie van de wereldverbeteraars. Fier over het resultaat hoeven we niet te zijn, er is nog nooit zoveel rotzooi geweest als nu. Als salonrevolutionair heb ik toch regelmatig de drang om wat sociaal engagement in mijn teksten te verwerken en het existentiële is ook nooit veraf. Ik voel geen behoefte om het 'onzegbare trachten te benoemen' en nadenken 'over de werkelijkheid en de ervaring van de werkelijkheid' bezorgt me hoofdpijn.  De werkelijkheid is irreëel: je staat aan de rand van een bos, de zon schijnt maar er zijn wat wolken. Je kijkt naar het prachtige groen van de bomen. Telkens de lichtinval wijzigt krijgt het groen van de bladeren een andere tint.
Taal is communiceren. En in een gedicht klinkt dat anders dan in een prozatekst. Zonder concessies te doen, zonder een bepaald publiek voor ogen te hebben, tracht ik toch voldoende helderheid in de poëtische zeggingskracht te behouden. Te voor de hand liggend mag ook niet, anders heb je een waardeloos gedicht. Laat verbeeldingskracht en metaforen hun werk doen. Een goed gedicht verwart, blijft nazinderen. Nochtans heeft de lezer recht op een aanknopingspunt of een laagje herkenbaarheid die hem moet prikkelen om het gedicht op te nemen en door het gedicht te worden opgenomen. Mooi is als hij de volgende stap naar de vraagstelling zet, nadenkt over de tekst. Mijn gedichten hoeven niet altijd een pointe te hebben, niettemin probeer  ik het einde zodanig te formuleren dat er ruimte blijft voor de lezer om zelf in te vullen. De lezer als bondgenoot.
Veel zelfonderzoek heb ik niet gedaan. Waarom ik schrijf? Niet omdat het moet want dat veronderstelt dwangmatigheid en daar lijd ik gelukkig niet aan. Het is de combinatie van drang met inspiratie. Ik ga niet voor een leeg blad zitten met de gedachte 'hier komt zo meteen een gedicht tot stand'. Veeleer moet ik het hebben van een 'spontane opwelling' en dan is het snel zoeken naar pen en papier. Mijn gedicht is het neerschrijven van een momentopname in een bepaalde gemoedstoestand. Een uniek gebeuren? In ieder geval verander ik achteraf weinig aan de tekst en de structuur. Hoe meer tijd verstrijkt hoe meer ik van het gedicht vervreemd. Ik kan die ervaring niet herbeleven. Er blijft enkel de herinnering aan dat ontstaansmoment en die is te subjectief gekleurd. Het is een houdbare doch lastige situatie want een gedicht is nooit af, perfectie bestaat niet. De dichter droomt van het ultieme gedicht zoals de surfer wacht op 'the ultimate wave'. Een mooie leugen, een bewust zelfbedrog, want het kan - gelukkig - altijd beter.
Aan positionering doe ik niet mee en schrijven om status te verwerven mag geen doel op zich zijn. Mijn profileringdrang ligt op een normaal niveau. Ik wil gelezen worden maar ga geen aandacht afdwingen door keet te schoppen.
Een herkenbare stijl of doorgetrokken thema's heb ik niet en dat heeft zijn voor- en nadelen.  De voordelen gelden voornamelijk voor mezelf (vermoed ik). Er zijn geen regels, ik kan experimenteren. Ik ga op pad en de toevalligheden onderweg, of het ontbreken ervan, bepalen in welk hokje het nieuwe gedicht zal terechtkomen; authentiek, anekdotisch, hermetisch….  Veel van mijn gedichten hebben autobiografische elementen, wat me normaal lijkt. Ik sta met beide voeten en al mijn zintuigen in deze wereld. De herkenbaarheid van het autobiografische hangt af van de manier waarop ik die elementen serveer. Ik ben snel geëmotioneerd en dat is niet het juiste gevoel om me te laten leiden bij het schrijven van gedichten.  Dus tracht ik afstand te scheppen door te relativeren. Cynisme is me evenmin vreemd maar dat maakt mijn gedichten soms koud en hard.  Zelfbescherming?
Het nadeel is dat ik niet voor een gat te vangen ben, maar dat is niet mijn probleem.
Poëticaal, verscheen in Krakatau nummer 26, april 2004
 
 
 
Lichthoofdig ontvang ik
je lach, je lippen, je tong.
Een beet in mijn ziel.
 
Als melkwitte vloeistof
dein je in woorden uit.
Ik proef enkel de randjes.
 
Jouw verleiding is buitenwaarts
mijn hartkamer kreunt.
Eldorado in Madurodam.
 
Emoties zuiver als sneeuw
verhullen wereldse verlangens.
Een avond wenteltrapt.
 


Liane Bruylants  ° 6 januari 1921 - 25 maart 2009

Werd geboren te Berchem bij Antwerpen op 6 januari 1921 en is één van de markante en veelzijdige kunstenaars die na de tweede wereldoorlog aan het woord kwamen. Alles wat zij tot op heden schreef en schilderde spreekt zowel tot het verstand als tot het hart. Haar kunst is bestemd voor mensen van onze tijd en als zodanig representatief voor onze moderne wereld.
 
Liane Bruylants studeerde aan het Koninklijk Atheneum te Antwerpen (Oude Humaniora), aan de Middelbare Normaalschool (ze werd lerares in de Germaanse talen), aan de Muziekacademie te Berchem, Conservatorium te Antwerpen en aan Academia te Borsbeek.
 
In 1945 deed ze haar intrede in de literatuur met de dichtbundel 'Schaduw en spiegel', een debuut dat door de pers eenparig werd toegejuicht.
 
Haar romans 'Het einde van de weg', 'Een vriend per seizoen' en 'De pop brak haar been' werden zeer gunstig onthaald, haar toneelstukken werden door officiële schouwburgen opgevoerd en ze bewerkte, vertaalde en schreef voor radio en televisie.
 
Haar libretto 'De nozem en de nimf' met muziek van 'Willem Pelemans werd opgevoerd in de Vlaamse Kameropera, uitgezonden door televisie en radiostations en in het Frans vetaald.
 
Sinds 1970 begon Liane Bruylants te schilderen en ook in deze tak van de kunst behaalde zij opmerkelijke successen. Belangrijke tentoonstellingen waren: De Bank van Parijs en de Nederlanden (Antwerpen), Markiezenhof (Bergen-Op-Zoom), Vera Van Laer Gallery (Knokke).
 
PRIJZEN
Laureaat in de wedstrijd voor hoorspelen, ingericht door de BRTN (Brussel) en de NRU (Nederland) met het luisterspel 'De vreemde aanbidding'.
Eerste prijs in de Nationale Toneelwedstrijd met het toneelstuk 'Laat mij niet ondergaan!'
Prijs toegekend door de Bestendige Deputatie van de Provinciale Raad van Antwerpen voor de verzenbundel 'Astraal begrip'.
 
POEZIE
1945, Schaduw en spiegel (uitgeverij VTK)
1949, Het hart der dingen (uitgeverij Libris)
1949, Schimmen en bacchanten (Libris)
1952, Grensstation (Libris)
1961, Het andere land (Libris)
1966, Astraal begrip (Libris)
1976, Droomgestalten (uitgeverij Orion)
1984, De vogel feniks in het labirint (Antwerpen)
1986, Hommage Frans Buyle (Antwerpen)
1988, Nachtridders en straatmadelieven (uitgeverij J. Berghmans)
1989, Suite voor een kasteel (Libris)
1991, Blauwdruk van poëtisch ervaren (Libris)
 
ROMANS
1946, Het einde van de weg (uitgeverij De Toorts)
1955, Een vriend per seizoen (De Toorts)
1957, Prelude (uitgeverij Kempische Boekhandel)
1962, De pop brak haar been (uitgeverij Libris)
 
KORTE VERHALEN
De twee stoelen, Faits divers, Tweemaal zeven klokslagen, Genesis paranoia, Het schilderij, Atol, Alfa en omega, Begrip van ruimte, De toegeving.
 
TONEEL
1950 / 1951 Eva Brandes
opgevoerd door het Nationaal Toneel van België (KNS) in Antwerpen en Gent, later Hasselt, …
1954, Kijk naar Dyo
             opgevoerd door het Nationaal Toneel van België (KNS) in Antwerpen en Gent    
 
1954,Laat mij niet ondergaan!
             bekroond met de Eerste Prijs in de Nationale Toneelwedstrijd.
 
HOORSPELEN
Uitgezonden door de BRTN, Nederland, Zuid-Afrika, Zaïre, …
Eva Brandes (bewerking van een toneelstuk), Stradivarius, Spel met de muze, De droom van steen, Het dubbel palet, De vreemde aan bidding (bekroond door BRTN en NRU), De duisternis, Het wensboek van Claudia (vervolgverhaal), De bitter Lier (klankbeeld over Prosper Van Langendonk), Sigrid Undset (radiomontage).
 
TELEVISIESPELEN
Uitgezonden door de BRTN
Te laat of te vroeg?, In de schaduw van de piramiden, De spiegel der jeugd
 
TELEVISIEBEWERKINGEN TONEELSTUKKEN EN ROMANS
Uitgezonden door de BRTN
Een inspecteur voor u  (Priestley)
De klucht van de brave moordenaar (Jos Janssen)
Schipper naast God (Jan de Hartog)
Tweemaal zeven (Pol de Mont)
Nonkel Bonaparte (Forzano)
De wereld gaat aan vlijt ten onder (Max Dendermonde)
De boeren van Olen (4 delen) naar het gelijknamig boek van Auctor
De komedie van het geluk (Evrienov)
 
VERTALINGEN EN BEWERKINGEN OPERA'S
Uitgezonden door de BRTN
Amelia wil naar 't bal (Menotti)
Tweemaal komedie (Von Recnicek)
Het nachtklokje (Donizetti)
De dood van een kater (Werner Thärichen)
De teaterdirecteur (W.A. Mozart)
Liefde in transit (Richard Arnell)
Driestuiversopera (Brecht-Weill)
Eros kent geen Grieks (Paessiello)
De zwarte spin (Sutermeister)
De houtdief (Marschner)
De madonna met de rozen (Robert Stolz)
Corinna ((Wolfgang Fortner)
Het liefdeselixir (Donizetti)
De toetssteen der liefde (Rossini)

 
 
SCHIPBREUK
 
Angstvallig de hand aan mijn schouder
afwerend glimlachte ik koel.
De toon van zijn stem klonk reeds kouder,
geprikkeld en lang niet zo zwoel.

Dit was het einde. Heel even
verzette ik mij, onbewust.
Een dwaasheid om haarwil bedreven
heeft zelden een vrouw verontrust.
 
Maar toch, toen zijn hand zacht mijn schouder
beroerde, glimlachte ik koel.
Verbaasd klonk zijn stem jaren ouder
toen hij faalde, zo dicht bij doel.
 


Maris Bayar  ° 1937
 
 
 
1967, De deur die gesloten bleef, Antwerpen, Lepelreeks
1968, Zachte Bodem, Antwerpen, Stuip
1973, De Heerlijkheid Omhelzen, Antwerpen, Contramine
1974,  Dwerg, Antwerpen, Contramine
1965- 1975, Als Maris Dante Zoent, Verzamelbundel, Antwerpen, W. Soethoudt
1976, Lof voor Onwerkelijken, Antwerpen, W. Soethoudt
1977, Les Chevaliers Bayard, Antwerpen, Contramine
1978, De Innerlijke Belediging, Antwerpen, Contramine
1980, Vrouwelijke Elegieën, Antwerpen, W. Soethoudt - Contramine
1981, Heldendichten – Zeegezichten, Antwerpen, Contramine
1982, Levend in Leningrad, Antwerpen, Contramine
1986, De Parade der Paladijnen, Antwerpen, Contramine
1988, Een ijzeren Hand in een Fluwelen Handschoen, Amsterdam, An Dekker
1998, Fleur de Flandre, Antwerpen, Facet
2002, Ares, Uitgeverij P
2005, Het epos van het groot ongelijk, Uitgeverij Litera-Este 
 
Bayars poëzie verscheen in volgende tijdschriften:
 
Stuip, Trap, Radar, Koebel, Yang, Het Nieuw Vlaams Tijdschrift, Het tienjaarlijks tijdschrift, DW&B, Vrouw en Beeld en Boek, Eigen Wegen, Poëziekrant, Surplus, Ballustrade, Literair kookboek, STROOM.
 
Ze was redactrice van de literaire tijdschriften Trap en Radar, beheerde samen met Tony Rombouts: Contramine, het driemaandelijks literair-kritisch en informatief tijdschrift Trap en beiden stichtten de Trap-prijs voor poëzie.
 
Gedichten van haar werden opgenomen in 'Volmaakte aanwezigheid, volmaakt gemis'
 
 
 
Dus hij ging niet,
want ze weenden
om dat ongewisse
in het oudere en jongere leven.
 
Zoals wolken wonderbaarlijk zweven,
dansten ze met waardigheid.
Dicht tegen elkaar aangeduwd,
hoofden schouderdiep gebogen,
 
in de stank van bier en brillantine,
tussen verschraalde minnaars
die bijwijlen
oneindig weemoedig zingen.
 
Ze dansten
godganse tierende nachten met twee,
op blues in bars.
Openliggen ging de zee.
 
 

Marc Tritsmans  ° 1959

Publiceerde de dichtbundels 'De wetten van de zwaartekracht' (1992), 'Onder bomen' (1994), 'Oog van de tijd' (1997), 'Van aarde' (1999), 'Sterk water' (2000), 'Kritische massa' (2002), 'Warmteleer' (2004). Ontving de PC Buckinxprijs 1995.
 
 
EN TOEN
 
En toen was ik een fee en jij een kikker
en toen veranderde ik je in een prins en
en ik werd prinses. Maar toen kwam er een
draak en die beet je dood. Maar ik was
toch nog een fee en maakte je weer levend.
 
Zo moeiteloos blijven ze voortdurend op
een afstand van zichzelf en maken brandhout
van de wetten die de wereld dwingen.
Tot ze je op een dag fier komen vertellen
dat sinterklaas niet bestaat en mensen
 
sterven en dat de aarde naar de haaien
gaat. Met ware doodsverachting hakken ze
in op alle illusies die ze zichzelf ooit
hebben toegestaan. We kijken naar de plotse
leegte en weten: dit komt nooit meer goed.
 
 

Emiel Willekens  23 februari 1922 - 16 augustus 2009

Publiceerde diverse dichtbundels waaronder 'Fotogrammen' (1963), 'De archaïsche glimlach' (1982), 'Ter wille van Lore' (1986), 'Randschrift' (1990) en 'Langs deze weg' (1994). Schreef o.a. over Hendrik Conscience, Hubert Lampo, Karel Cuypers, Gerard Walschap, Knut Hamsun, Wim Meewis. Erevoorzitter VVL. Redactielid Gierik&NVT.
 
 
Regen
Vinnige sprankels
onder de witte lichtschacht
hoog de booglamp
boven het landelijk station
Rails verdwijnen in het duister
Niets roert Overjas weegt
Nachtelijk geuren de landen
vallen blaren
Alles wacht
Gereedheid
Wie sprak ook weer uw lof?
Draden zoemen Een lichte ratel
in het seinhuis Even
een belsignaal
Bereidheid is alles Be prepared
Wat wil ik nog kan ik nog willen?
Binnen in de wachtzaal
prijken effen
bestemming uurtabel
en klok
 
 


Ugo Verbeke  ° 1937

Was beroepshalve ambtenaar bij de stad Antwerpen, tewerkgesteld als redacteur bij de toenmalige dienst voor informatie. Is reeds sedert jaren actief als dichter en auteur en co-auteur van veertien dichtbundels en een nieuwe poëziebundel die in voorbereiding is. Gedurende acht jaar presenteerde hij ‘Poëzie bij de pousse-café’, een maandelijks poëzieprogramma op de radio, waar hij een interview afnam van honderd dichters en dichteressen.
Hij interviewde verder ontelbare personen uit de kunst- en culturele wereld en neemt nog vraaggesprekken af voor verschillende periodieken.
Benevens zijn activiteiten als dichter, schreef hij toneelspelen, eenakters en straattoneel, jeugd- en korte verhalen.
Hij verzorgt lezingen over en uit eigen werk, aan te vragen via het Vlaams Fonds voor de Letteren, is nog medewerker aan literaire en andere tijdschriften en lid van verscheidene kunst- en culturele verenigingen. Bij het Kunstplatform Kappa was hij de initiatiefnemer van de werkgroep Punt Komma die regelmatig auteurs uitnodigt voor een confrontatie met het publiek.
Hij is lid van o.a. de Vereniging van Kempische Schrijvers, het Kunstplatform Kappa in Kapellen, bestuurslid van de Vereniging van Vlaamse Letterkundigen en voorzitter van Kunstenaars voor de Jeugd. Jarenlang was hij de bezielende algemeen secretaris van ’t Kofschip en van Zuid en Noord.
 
Poëziebundels
Alpha (1983)
Een droom van tederheid (1985)
Moeder (1986)
De wolken nabij (1986)
Poëtische expressies – Kiels vierluik (1987)
Het opalen hoogland (1988)
Vader (1988)
Een boom van stilte draagt vruchten van vrede (1990)
Poppen en Poëzie - Kunstmap(1990)
Stilte na moeder (1991)
Map met vier kunstenaars (stad Antwerpen 1992)
Adem van geliefden (1994)
Wandelen onder een baldakijn van bloesems – haiku’s (1996)
Dwalend langs onbekende wegen (1997)
Balsem (2003)
 
Toneelwerken
Eenakters:
Drie op Kerstavond (1979)
Droom van Simon (1979)
Het geschenk (1980)
Verdwaald op kerstnacht (1986)
 
Straattoneel:
Simon Turchi (Feest Vlaamse Gemeenschap stad Antwerpen 1983)
Siska van Rosemael (Feest Vlaamse Gemeenschap stad Antwerpen 1983)
Peter Benoit (Feest Vlaamse Gemeenschap stad Antwerpen 1984)
Timmermans (Feest Vlaamse Gemeenschap stad Antwerpen 1986)
 
Volavondstukken:
Obsessie (1983)
Gaz Plansjee in de Dikke Mee (1985)
Dilemma (1990)

 
 
Haiku's
 
Eén felle windstoot,
op straat het roze tapijt:
kale kerselaars.
 
***
 
Warme lentedag.
In het bos vogelgezang,
dichtbij takt een specht.
 
***
 
Vier vroege reigers
klapwieken naar hun nesten
en de lente toe.


Toon Brouwers  °1943

Dramaturg, hoogleraar. Schreef honderden artikels over theater en enkele theaterscripts. Vertaalde en bewerkte een twintigtal toneelwerken voor het beroepstheater. Publiceerde o.a. de dichtbundels 'De lange wandeling' (1974), 'Landelijke Gedichten' (1979), 'Weer vertrekken' (1991), 'Steden-De-stad' (1996). Ere-voorzitter van de VVL.
 
 
HET HUIS
 
het huis het staat al eeuwen
zoals het hoort temidden lover
en welig groen en stemmige prieeltjes
 
maar lang vervlogen is de tover
en samen met de clematis
en de geurende glycine
de tijd houdt nu het huis omklemd
 
verdord vermolmd stellen de elzen
niet langer meer hun stille kring
als schuts of schild of borstwering
 
rondom perken rond plantsoenen
de paden werden overwoekerd
en wolfskruid en kamille groeit
 
ook binnenin de diplomaten
de vreemden die ik vrienden waande
stilaan en stil verdwenen zij
 
de brede treden lange kamers
de deuren zwaar getaand doorkerfd
hoe lang nog blijft dit huis
hoe lang nog overeind
 
 


Werner Spillemaeckers  °1936
 
 
 
Studeerde kunstgeschiedenis, muziek en oudheidkunde. Werk van hem verscheen in bundels, bloemlezingen en tijdschriften. Publicaties: o.a. Ik ben Berlijn (1961), Fuga magister (1970), Veranda (1974), Blad na Blad (1983), Tien Brabantse Teksten (1997), salle des pas perdus (2001)
 
 
HORIZONT
 
de hond die mij gevolgd is
staart klagend naar de muil
van zee en stroom van land en lucht
 
een pijl van wilde eenden zoekt het noorden
alle oorden zinderen van smerig naar smaragd
 
dan draaft het dier door gras
opzij van mij
tot het blijft staan
het kijkt mij met
zijn hondse ogen aan en vraagt
zullen wij nu
 
ik wijs naar de benedenstroom beneden
en neem verwachten en verwarring naar
het water waar opzij van mij
 
en voor mijn mikkend oog de
blinde onbemande boot
 
 



Bobb Bern  °1940

Woonde in Dôle, Parijs, Londen, Chinon. Was tolk, huisschilder, privé-leraar, vertaler, scenarist podiumteksten & computeranimatie en nog veel meer. Zijn gedichten werden in diverse bloemlezingen opgenomen en in tijdschriften zoals Stuip, Nul, Kontrast, Koriander, Deus ex Machina. Publiceerde o.a. de volgende bundels: 
1961, Monnik tee: woorden om zacht te verbranden, Paradox
1961, Walkie-talkie (ill P. de Vylder), Paradox 
1962, Jaden boek jaspis, Space Press
1963, Jonathan drinkt weer, s.n. 
1965, Alchimie - een toverboek, Die Poorte
1968, geharnaste kwetsbaarheid  
1997, Wonde L, of De grote Ontbering, De Groote Beer
 
 
dôle was ik, parijs & newport news,
alleen eenzamer dan van buiten leek,
tot mijn vader me langs de loire voerde
naar een steengeworden droom, sweet home.
 
toch stopte mijn leven: mijn carrière begon,
- slechts 's zondags dacht ik mezelf te zijn –
want de weg van droom naar werkelijkheid
was een steeg geworden zonder einde(r).
 
zelden rolde métier m'n teksten tot het clair-obscur
van niet weifelende woorden, waarin een wereld
geweven werd van tover, angst & weemoed.
 
plots ruilde de rais gillend licht voor duisternis
& vertwijfeling maakte van drank mijn schrale toost:
tover werd tragedie, lach, schreeuw, bleef de angst.
 
 



Rudy Witse  ° Antwerpen, 01/11/44
(ps. voor Willem Houbrechts)
 
 
 
studeerde 1962 -1966 geschiedenis aan de rug. was tien jaar werkzaam in het onderwijs en stapte dan over naar de brt-n/vrt, de langste tijd als producer van het regionale informatieprogramma van radio 2 antwerpen. is aldaar sinds 1999 zonder spijt of wroeging met verlof voorafgaand aan  pensioen.

houdt zich sindsdien onledig met het schrijven van dikke historische romans die waarschijnlijk ooit een uitgever zullen vinden. maar het is een leuk tijdverdrijf.

1962 : leeuwen (poëtisch proza) (sint-niklaas - paradox press)
1966 : raming (gedichten) (antwerpen - monas)
1966 : opgenomen in de bloemlezing 'pijn en puin verdwenen', samengesteld door werner cranshoff (antwerpen - manteau)
1978 : cheap chelsea in the lowlands (gedichten met grafiek van dirk  peleman) (antwerpen - meert)
1979 : faces - friends & neighboours (gedichten met foto's van cor hageman) (eigen beheer)
1984 : childhood's end (gedichten met foto's van edwin brys) (antwerpen - contramine)
1988 : père lachaise (poëzieplaat met saxofonist mike zinzen) (antwerpen - tune records)
1990 : chinoiserieën (gedichten met een kalligrafie van weng chien) (eigen beheer)
1992 : in pacem (gedichten, eigen beheer)
1996 : inferno (gedichten met illustraties van albert szukalski en één exemplaar in kalligrafie van joke van den brandt) (eigen beheer)
1998 : de kwantumsprong (gedichten met bellenvatfoto's van het CERN-genève  (eigen beheer)
2003: afscheid (gedichten, eigen beheer, omslag frank maieu)
2005: Père Lachaise-Schoonselhof-Een confrontatie (met foto's van Michel Wuyts, uitgeverij Pandora)

verder los geschrijf in diverse lang verdwenen en enkele nog bestaande literaire tijdschriften (baal, stuip, tnt, artisjok, nul, revolver, deus ex machina, gierik, j'en oublie ...) en onder eigen naam artikels, vnl. in verband met het antwerpen van de jaren 6O.
 


 
waar coltrane zich de ziel uitblaast in madurai's tempel
weet daar, kind, dat de cirkel rond is, en toch gebroken
in de oneindige gradenboog van staart naar mond;
 
woord en gebaar, die niet te scheiden zijn –
de duizend beelden van de gopuram verrsmelten, tonen
één gelaat, één grijnslach, één felgekleurd vermoeden.
 
aanvaard deze geordende chaos die
de grenzen van het denken tartte, duizenden jaren
voor einstein in de spiegel van de ruimte keek,
 
en toch, tegen de snelheid van het denkende licht, onbeweeglijk,
nog net niet zen blijft, en afgekeerd van het nirwana,
reactor naast visserssloep.
 
madness.
 
 

Yves Joris ° 1968, Antwerpen

Schrijft poëzie en proza publiceerde in 'Schoon Schip Nederland', 'En er is', Krakatau en 'Meander'. Werkte mee aan het project 'mijn reservaat' van Robert Vollekindt. Is redactielid bij Meander en zit in de RvB van Creatief Schrijven. In 'De eenhoorn springt weer op', een uitgave van vzw Erfgoed Vlaanderen werd volgende haikoe opgenomen:
 
    Hoogstamboomgaarden
    omringd door meidoornhagen:
    Herkenrode leeft
 
 
***
 
    Stille galmgangen
    koesteren zachte zangen
    gevangen in steen
 
***
 
    Een regendruppel
    door niemand gevoeld, beweegt
    het stilste water
 
 


Xtine Mässer  °1953
  
Publiceerde in diverse tijdschriften en verzamelbundels (o.a. Gierik, Portulaan, Brutaal, Gedichten 1997, Symforosa). Schreef vroeger poëzie in het Frans. Werd meerdere keren genomineerd voor de Poëzieprijs Merendree. Dichtbundels: Efemeriden (2001), Dzud(2002), Op lemen voeten (2002), De smaak van wol (2008). Eveneens actief als plastisch kunstenares: aquarel, lino, pentekeningen; stelt regelmatig tentoon.
 
 
BLOODY FORELAND. Ierland
 
Ze zijn vermist geraakt
in boomloos glooien.
Hun stappen veren op het mos
dat zich uitstrekt tot de golven
uit de Nieuwe Wereld.
De staarten van haar stormen
vangen ze
in hun opgezette tweedkragen.
 
De hemel is hier altijd leeg.
 
Tot na de hoogmis.
Totdat de waard van Murphy's
het duffe dagelijkse,
de gedroogde bierranden,
de lipstick van de meisjes
van de glazen spoelt.
 
Guiness houdt zijn loslippig-heid
nog even achter de hand
tot na de zevende stortbui,
tot na het ite missa est.
 
De hemel is hier altijd leeg.



Nana Ramael  ° 1982

Publiceerde in Schoon Schip Nederland en Stroom.
In 2000 verscheen haar dichtbundel Water en vergeten.
 
 
soms kneep ze zomaar in mijn hand
of loog ze over liefde
zoiets schept een band
 
bij stormweer hebben we daar gelegen
wie kon toen weten wat we werden, later
even vlug vervlogen als dat zand
 
we hadden de ervaring van een kind
van twaalf jaar en al was het om te wenen
het meest nog aan elkaar
 
 
 

Ferre Denis  ° 1939, Hoboken

"poëzie is de vonk tussen twee gelijkgestemde zielen"
 
Geboorteplaats:     Hoboken
Geboortedatum:    13-08-39
Opleiding:
Geaggregeerde Lager Secundair Onderwijs (Nederlands, Geschiedenis, Esthetica)
 Middenstandsopleiding: antiquair

Medeoprichter van Haikoe-kern Antwerpen vzw. (1988)
secretaris sedert de oprichting
   
Bestuurslid Haikoe-centrum Vlaanderen
penningmeester sedert 1995
ledenadministratie
verantwoordelijke uitgever en redacteur 'Vuursteen'
(tijdschrift voor Haiku, uitgegeven in samenwerking met Nederland)
organisator Haikoe-dag Vlaanderen  
Bestuurslid  Vereniging van Vlaamse Letterkundigen   (V.V.L.)
secretaris VVL
V. U.  het tijdschrift 'Mededelingen VVL'

BIBLIOGRAFIE
Poëzie
Rimpelingen        E.B.    1988    (2de druk 1990)
Met weinig woorden    Haikoe-kern Antwerpen vzw    1997
Soms een glimlach   Haikoe-kern Antwerpen vzw   2002 
tekeningen Victor Denis, ISBN 90-75714-17-3


Teksten werden opgenomen in verscheidene tijdschriften en bundels:
Vuursten                            NL/B
Stilte kun je horen      F. Mariën                B
Duizend kolibris      Bart Mesotten                B
Een verre vogel    Bart Mesotten                B
Ik heb geen recht u te beminnen                B
Ton Luiting en Albert Middendorp
Overleven        Roger Wastijn en Bert Willems    B
Als wind woorden waait                    B
Edith Oeyen en Ugo Verbeke
Haiku World        William J. Higginson            U.S.A.
Wind Five Folded    Jane Reichhold/Werner Reichhold    U.S.A.
Haiku sans frontières  André Duhaime            Canada
Das Kleine Buch Der Haiku-dichtung        C. H. Kurz    Duitsland
Mainichi Daily News    (krant)                    Japan
The Daily Yomiuri    (krant)                    Japan
Bloemlezingen samengesteld met Ludo Haesaerts
Allen uitgegeven door de Haikoe-kern Antwerpen vzw   
   1990    Een deur gaat open       
   1991    Bloesemen 2            
   1992    Bloesem 3            
   1993    Een nieuwe tak      
   1995    Bloesemen 4            
   1996    Haikoe                
   1997    Bloesemen 5            
   1998    Onder de Bloesems        
   1999    Bloesemen 6            
   2000    Bloesem en wind        
   2000    100 Haiku's-20 dichters    
   2001    Bloesem            

'Waakvlam' Jubileumboek Haikoe-centrum Vlaanderen,  2001
onder redactie van: Ferre Denis, Clara Haesaert, Karel Hellemans.

Jong Talent, bloemlezing n.a.v. de wedstrijd voor de jeugd 'Jong talent gezocht'
samenstelling Ferre Denis
Prijzen:
Eervolle vermelding,   2de poëziewedstrijd Gloriant, 1988
Eervolle vermelding, Roger Wastijn Haikuprijs 1990
In The 7th New Haiku Contest 1996, Japan: Courage Award
1st prize, Nagoya, Japan 1997

 
het haar in pieken
met wat gel steekt de puber
zijn voelhorens uit
 
 
voor opa's boeken
staan nu speelgoedautootjes
netjes gerangschikt
 
 
de ondergaande zon
kleurt de dingen zachter
alles wordt anders
 

 

Rein-Hilde Verbruggen  °1934, Brasschaat

Verbleef in Duitsland en Ierland. Woont nu te Damme. Is bibliothecaris, organiseert literaire gebeurtenissen, is moderator bij gespreksgroepen. Publiceerde in diverse vormen, o.a. met een muurgedicht in Damme.
 
SEPTEMBER
 
Het koren
gepikdorst
de luchten
wat slordig geveegd
de hazen verbaasd
met trillende oren
hun graanschuur
hun schuilplaats verloren
 
steeds groter 't verlangen
om zomers te houden
de groeiende aren
door mijn handen geglipt
de nachten steeds kouder
 
heimwee zo fel
naar velden
geel van tarwe en zon
schoonheid voorbij
die zoëven begon
 
 

Jan Berghmans  (1938 – 14/11/2009)

Op jonge leeftijd acteur bij het Vlaamse Schouwtoneel. Studeerde voordracht, toneel en toneelgeschiedenis aan het conservatorium. Werkte als journalist, pr-manager en uitgever. Schrijft naast poëzie, toneel, verhalen, romans, kinder- en jeugdboeken.
Publicaties: ondermeer 'Vrouw, ik heb je lief' (1999), 'Dertien geheime liefdesbrieven' (2000) en 'Omdat ik van hou' (2001).
 
 
 
TESTAMENT
 
Ik wil dat niets, maar dan ook niets
meer overblijft na deze dood van mij,
dat je verrast
de leegte ziet waar eens mijn vorm bestond.
 
Ik wil dat na mijn dood
geen beeltenis bestaat,
geen rest van mijn bestaan.
Enkel de herinnering
aan die bepaalde nacht,
aan die bepaalde woorden.
 
Ik wil dat na mijn dood
mijn boeken zijn verzegeld
en begraven in de tuinen van mijn jeugd.
Daar moeten struiken groeien.
Op die plaats moet men pioenen planten.
Zij zullen de roodste bloemen dragen.
Zij zullen geuren naar het Paradijs.
Zij zullen vlammen geven
als de avond valt,
en nooit zal je alleen zijn.
Ik zal lichtgevend zijn bij jou
en geurig.
 
Ik wil nooit gebalsemd worden.
Mijn balsem is mijn woord.
 
 
 

Sven Cooremans °1970

"Poëzie, stem van inkt waarmee deze luie god wat lanterfant aan de lezensvatbaarheid van zijn hersenspinsels".
 
Studeerde wijsbegeerte, zingt in een Nederlandstalige rockgroep en speelt zaalvoetbal. Hij is redactielid van Gierik&NVT. Schrijft poëzie en proza. Publiceerde in De Brakke Hond, Gierik&NVT, DW&B, Deus ex Machina, Stroom, Schoon Schip Nederland. Zijn eerste dichtbundel 'Myeline' verscheen in 2003. 'Erlangen 7' (2005). 
 
 
HOVE BAD
 
van de verleden lucht, evenwijdig aan
de eerste kus die ik haar gaf op de monding
van haar taal, blijft vandaag slechts de verwijzing
naar. waar zijn de duinen waarin de maan –
 
de derde – diep in onze begeerte drong?
waar is de schaduw die hij wierp? waar zijn de
mooiste schelpen waarin de zee met hese
stem de dingen hun verzonnen zinnen zong?
 
ze zit op de rand van het bad en wast mijn rug,
buigt zich voorover en kust de gedachtestreepjes
op mijn voorhoofd. ze noemt me een diepzeedenker
 
en lacht en staat op en laat me alleen.
het bad loopt leeg. in het schuim dat blijft, liggen
duinen waarin een maan, wat schaduw en de mooiste schelpen.
 
 
 

 
Sonja Nys  ° 23 mei 1948, Antwerpen

Waar krijgt de vrijheid haar plaatsje?
De ruimte tussen de dingen en de tijd
is het mooiste wat je kan bezitten,
Mijn poëzie is een abstractie, zij houdt.
de deur op een kier.”
 
Publiceerde meerdere bibliofiele mappen met recent de dichtbundel ‘Geschiedenis – landschappen en vluchtlijnen’. Werkt met verf, klei, mixed media, drukinkten en pen. Stelde zowel individueel als in groep tentoon. Houdt poëzielezingen.
 
“UIT TUINHEID”
 
ONTUIND GIJ WORM        OP DE SNELWEG
ONTUIND GIJ BLAD          VOOR ADAMS PIMMEL
                                        VOOR VROUWENS MOND
                                        VOOR ADAMS KONT
ONTUIND VOOR IEDERS   DEUR
 VOOR IEDERS  GEUR
                                        EN IEDERS ACHTERDEUR
ONTUIND DE PADJES       EN KABOUTERS
 DE WEGEL       EN DE PRIK PRIK EGEL
DE TUINHEID DIE DAN SLAPEN GING
          de ring geschoven aan bruid en bruidegom
DE KIEZELS OP HET PAD EN NOG MEER
                                        PLUIMEN IN ONS GAT
                    DAT IS DE TUIN VAN EDEN
                    TOEN                     1 DAG GELEDEN
MORGEN DE VERBORGEN ZON
          EN VEEL VERDRIET IN EEN HELE
                                                  DIEPE KOM
 
 


Bert Popelier  °1945

Zijn avontuurlijk leven inspireert hem tot anarchistisch getinte teksten, gedichten, toneelstukken, en beschouwend proza. Publicaties: o.a.
1978, De Hofnar spreekt
1985, De plek dichtst bij de maan, Poëziecentrum
1986, Het lot van Horta
1988, Vlaamse Pastorale, Manteau
1994, Ensor op hoge poten, Pandora
1996, Spilliaert, mijn vreemde naam, Pandora
1999, De brief van Wouters 
1999, Het convivium van Jacobus Edelheer, Pandora
2000, Libellus ad Carolum: de spotlijster en de keizer
 
 


Patrick Conrad ° 16 juli 1945, Antwerpen

Auteur, acteur, regisseur, beeldend kunstenaar
 
"Ik ben in Wilrijk, het Geitendorp, geboren, tijdens een onweer, in St. Augustinus, het hospitaal dat door zijn hoge schouw eerder op een fabriek lijkt dan op een moederhuis." (NWT, 1993/1)
 
Publiceerde o.a.
1963, Cezar & Jezabel: (poëtische dialoog en gedichtencyclus; door de auteur met een kopererts geïllustreerd), Antwerpen, MONAS
1964, Ik lig in de Dalaï-Lama: (gedichten; geïllustreerd door de auteur), Antwerpen, MONAS
1965, Rose mon chameau (een oorlogsverhaal): (bibliofiele uitgave van een typografisch uitgewerkt gedicht), Antwerpen, MONAS, 1965.
1966, Een pop van Patrick Conrad met Pola Negri in de rol van Eleonora: (bibliofiel uitgegeven gedicht; geïllustreerd met een collage van de auteur), Antwerpen, MONAS,
1967, Mercantile Marine Engineering: (poëzie; omslag: pentekening van de auteur), Brugge-Antwerpen, De Galge,
1970, Met Sappho op de Sofa. Gedichten 1968-1969, Brugge-Antwerpen, De Galge
1971, De kleine dood van Kasper Q.: (roman), Brugge-Antwerpen, De Galge
1971, II Sad Songs for Edward Kienholz. 1970-1971, Antwerpen, Paris-Manteau
1972, Allegria! Allegria!: (twee verhalen en een herziene druk van 'De kleine dood van Kasper Q.; geïllustreerd met twee pentekeningen van de auteur), Amsterdam-Brussel, Paris-Manteau
1973, CONRAD life on stage. Gedichten 1963-1973: (geïllustreerd met pentekeningen van de auteur), Brussel-Den Haag, Manteau (Grote Marnixpocket 85)
1974, Le déjeuner sur l'herbe: (bibliofiele uitgave van vijf gedichten bij vijf koperertsen van Marc Vanderleenen), Antwerpen, Pink Editions & Productions
1975, Requiem: (bibliofiele uitgave van vier gedichten voor H.C. Pernath; geïllustreerd met vier aquatintetsen van de auteur), Aalst, Hooft
1975, Continental Hotel of De Duisternis der Dingen loert. 1974-1975: (geïllustreerd met pentekeningen van de auteur), Antwerpen, Pink Editions & Productions
1976, Hugues C. Pernath: (monografie), Antwerpen-Amsterdam, De Nederlandsche Boekhandel
1977, La Mort s'appelle Bonsoir: (poëzie), Antwerpen, Pink Editions & Productions
1980, Slachtvee: (romanbewerking van het gelijknamig script; geïllustreerd met foto's uit de film), Antwerpen, Soethoudt
1981, Roxy's Roxane: (bibliofiel uitgegeven filmscenario van Patrick Conrad en George Adé; geïllustreerd door P. Conrad), Antwerpen, Pink Editions & Productions
1983, Rond hem huilt iedereen. 10 zangen: (poëzie; met 1 ingekleurde pentekening van de auteur), Antwerpen, Contramine
1985, De vernieling. Gedichten 1973-1983: (met een omslag van P. Conrad), Antwerpen, Manteau
1991, De tranen van Mary Pickford: (gedichten), Antwerpen-Baarn, Houtekiet
1993, Ba!: (roman), Antwerpen-Baarn, Houtekiet
1994, Limousine: (misdaadroman), Antwerpen-Baarn, Houtekiet
1996, Louisiana, Houtekiet
1998, Luwte, Houtekiet
1998, Op de Franse duinen, Houtekiet
1998, Annalen, Poëziecentrum
1999, Good Morning Hoboken, Houtekiet
2000, Cargo, Houtekiet
2002, De aap van God, Houtekiet
 
 

Chris Yperman  °1935, Merksem
 
 
 
Schrijft poëzie, proza en toneelstukken
Publiceerde o.a.
1956, Un mendrugo de pan
1959, Een heel klein scheepje
1961, Zon op de weg
1968, Muziekje
1970, Pour Delphine
1970, Twee dames
1974, Robrecht de Vrome
1987, Jolie Madame
1989, Jolie Madame en andere verhalen
1998, La misère du jour
1999, Handgeschreven gedichten
1999, Kaddisj voor Roel
 
 
 

Johan Clymans  ° 1979

Publiceerde ondermeer in Vlaanderen, Gierik & NieuwVlaams Tijdschrift, En er is, en in Van nu & Straks.  Won tweemaal de Aarschotse cultuurprijs.
Verbleef drie jaar in Nicaragua.
  
 
Varanasi
 
In Varanasi leek het leven gebarsten,
heden liep er gebogen; mank als de
bedelaars onder haar schaduwpoorten,
bedaagd als geheimen, lang vervlogen
 
Hier schreeuwden apen en ouden,
wanneer doden de Ganges verzilverden
Vertelden Sadhu's van droeve gezichten,
die achter sari's om de wereld rouwden
 
Arenden waren er net kleine kinderen,
die joelend naar baars en witvis zochten,
tot het licht boven Assi Ghat minderde,
ratten en water om de nacht vochten
 
Trots waren de koperen Pradeshmensen,
om hun zijden stad, haar geweven legende
Waar de wereld haar aangezicht toonde,
in goddelijke verlossing en stille wensen,
in armoede, verdriet en eeuwige ellende.
 


Wilbert Lambrechts   (Mortsel, 23 december 1953)

Wilbert Lambrechts is dichter, schrijver van notitieboeken en essayist. Hij bracht zijn jeugd door in Deurne-Zuid (Silsburg) en Wommelgem, studeerde germ. fil. te Antwerpen, leefde enige maanden in het Sankt Mathiasklooster te Trier, daarna als brievenschrijvende kluizenaar-in-de-stad op het Bontwerkersplein (Wolstraat Antwerpen), schreef  aldaar een verhandeling over Goethes natuurwetenschappelijke methode.
Gedurende bijna 30 jaar werkzaam als literatuur- en poëticadocent, toneelregisseur, leraar Duits aan de Hiberniaschool (nu: Volksstraat, Steinerschool). Verbleef in 1989-90 in Stuttgart en studeerde aldaar aan de Frei Hochschule für Waldorfpädagogik (antroposofische menskunde, spraakvorming). Sindsdien in toenemende mate terugkeer naar jeugdliefde: de poëzie en het schrijven. Trok zich in 1997 een jaar in een dorpje aan het Italiaanse Comomeer terug om zich volledig op schrijven en wandelen toe te leggen (en op de interactie van die twee). Sindsdien uitgebreide wandeltochten in Ierland, Frankrijk, België, Italië. Zo ontstonden (ongepubliceerde) notitieboeken en uitvoerige essays (twee boekjes over Levenskunst, 1999, Rudolf Steineracademie), maar vooral het nog onuitgegeven Wie jij ook moge zijn, Monologen uit Pianello (2002), de dichtbundels De Vogels van Orpheus (uitgegeven door Het Zand, Antwerpen 2002) en De Spreuk van Pianello (privé-uitgave op 50 exemplaren op de handpers gedrukt door Jos Brabants en ambachtelijk gebonden door wijlen Bart Castelein, Antwerpen 2003).
Sinds augustus 2006 publiceert Wilbert Lambrechts regelmatig en bereidt hij een nieuwe dichtbundel voor Distichon, of de sporen van dag en nacht. Daarnaast vertaalde hij voor toneel Het Cirkussprookje van Michäel Ende en Het Vlees van Venetië naar Shakespeares Merchant of Venice. Was  tussen 1995 en 2002 lid van de ter ziele gegane Vereniging voor Politieke Kunst Nicolaas, schreef regelmatig bijdragen voor het blad Klaas' van deze vereniging en was medeoprichter van Wit voor Directe Democratie.
De Vogels van Orpheus is verkrijgbaar bij Het Zand vzw, Graaf van Hoornestraat 51, 2000 Antwerpen. Er bevindt zich ook een exemplaar in de stadbibliotheek Permeke.


 
 
Ogenblik
 
Wie vrij is, is tot aan zijn dood bereid 
een ogenblik slechts maar te zijn in tijd.
En meer verlangt hij niet. Ik zat dit
te beseffen op het strand. Een hond
kwam langs. Een wind klom zachtjes
in een boom. Een autobus lag moeizaam
in de smalle bocht hoog bovenop de rots
en toeterde dus luid. Ik keek er niet naar om.
Waar wachtte ik nog op? Op niets. 
Zelfs niet op zekerheid. Het liefst
nam ik nog afscheid van mijn ver
geboorteland en bleef hier zitten
om te schrijven bij de rilling van het
wateroppervlak. Of bij de omkeer van een slak.
 
 
Uit: ‘Incunabelen’, Berchem 2001
 
 



 
 
 
 
 
 
 
 

 

12:55 Gepost door François in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |